Hi, ik ben Henk,

en dit is mijn verhaal.

Het gaat over een jongen die op ontdekkingsreis gaat. In een reis die begint in een zelfgebouwde gevangenis maar gaandeweg een pad van bevrijding volgt. Bevrijding door het najagen van een droom. Deze droom is een fietsreis naar de andere kant van de wereld. Een reis die niet alleen draait niet om het ervaren van een gevoel van vrijheid maar ook het ontdekken van waarden, identiteit en betekenis in het leven.

In het verhaal worden jeugdherinneringen verbonden met het volwassen worden, waarin reizen op de fiets een grote rol speelt. Het voornaamwoord hij is gebruikt omdat ik mij identificeer als mannelijk.

De muur

In een klein dorp, op het noordelijk halfrond van de planeet aarde, was er eens een jongen die Henk heette. Henk was een beetje bang van geest omdat hij in een angstaanjagende realiteit leefde met een vermoeiend monster. Het monster droeg veel liefde met zich mee maar soms kon het monster het gewoon niet helpen en maakte hij ruzie met Henk.

De ogen van het monster fonkelden dan en de lange armen reikten helemaal naar hem uit en maakten hem helemaal bang en verward. Henk wist niet echt hoe hij hiermee om moest gaan en begon een muur te bouwen om het vermoeide monster met alle verwarring te overleven.

 

Bang om te spelen

De tijd ging voorbij en het zou goed zijn als Henk op een gegeven moment erop uit zou gaan en vrienden zou maken in de wereld buiten de muur. Maar Henk bleef er liever achter achter om er een grotere en sterkere muur van te maken.

Kinderen waren buiten aan het spelen. Sommigen hielden elkaars hand vast, sommigen hadden wilde bloemen geplukt en keken er verliefd naar, anderen speelden een instrument. Ze zagen er lief en opgewekt uit en wilden heel graag dat Henk ook deel uitmaakte van dat kinderfeestje.

“Kom met ons spelen,” zeiden ze dan, “we zijn super lief en het is hier heel leuk, dat beloven we je!”

Henk keek hen aan, schudde zijn hoofd met een bezorgde blik op zijn gezicht, want hij wilde sterk zijn maar was echt te bang en wist niet wat hij moest doen. Met die bange gedachte zette hij nog maar een nieuwe steen op de muur.

 

Overleven

Henk voelde zich leeg van binnen terwijl hij naar de wereld keek van achter zijn prachtig gebouwde en stevige muur.

Als je diep in zijn ogen keek, zou je bijna voelen wat hij zou voelen. Alsof hij met alleen die blik zou kunnen zeggen: “Ik ben helemaal ok met mezelf, let maar niet op mij”. Maar dieper, veel dieper achter die eerste indruk, was er de teleurstelling dat het gedeelde geluk van de spelende kinderen niet bestond voor hem.

Op een dag wilde dit meestal slimme en opgewekte monster een einde maken aan dat diepe gevoel van teleurstelling en begon Henk te vertellen wat het monster erg belangrijk vond om een goed leven te leiden: “Waarom?”, riep het monster dan in een wat twijfelachtige toon: “Waarom heb je jezelf zo losgekoppeld en weet je, dat zal nooit vervulling geven aan je stralende en mooie ziel. Je hebt alle moeite genomen om een muur te bouwen en nu ben je helemaal verdrietig!”

Veilig en comfortabel 

“Dat is een oordelend monster”, zou Henk denken, “hij hoeft niet om te gaan met al die enge gevoelens die ik heb! Ik voel me nu veilig en dat is het enige dat telt voor mij.”

Zo rechtvaardigde Henk zijn eigen gevoelens van achter de muur, terwijl speelse monsters de wereld zo groot, mooi en kleurrijk lieten lijken. Henk leerde zijn problemen heel goed op te lossen. Hij zou niet reactief zijn op het leven, nee, integendeel, hij slaagde erin zichzelf nieuwsgierig te houden naar alles. Het leek alleen zo ver van hem af te staan.

Henk zou zich sociaal erg ongemakkelijk voelen en altijd bang zijn dat ze iets aan hem zouden ontdekken. Ontdekken dat hij niet genoeg was. Sterk genoeg. Slim genoeg. Knap genoeg. Hij zou de behoefte hebben om contact te maken met anderen en vrienden te maken, maar er zou nooit een echte connectie kunnen zijn. Bang om gekwetst te worden en bang om zich open te stelen voor liefde omdat Henk diep van binnen bang was om er niet toe te doen.

Het was dit diepe onzekere gevoel dat hem vaak verdrietig maakte.

Hij zou worden geconfronteerd met glimlachende mensen die hun rugzakken vulden alsof ze waarden verzamelden die hun identiteit zouden vormen. Het heeft dat beeld dat in het leven alles draait om karaktervorming door alle prachtige verbindingen en geweldige levenswaarden die op een gepassioneerde manier worden geleefd.

Het leek erop dat iedereen vriendschappen met elkaar aan het bouwen was. Kinderen speelden buiten en vulden allemaal hun rugzakken met mooie ervaringen en kleurrijke herinneringen. Ze stonden in verbinding met elkaar en daarom waren ze niet zo veel in gedachten verzonken over zichzelf.

Henk zou een groeiende afstand voelen tussen hem en alles wat er gebeurde op de plek waarin hij opgroeide.

De lege rugzak

Henk begreep dat helemaal niet. In zijn eigen onbewuste zijn had hij die gedeelde ervaringen en kleurrijke herinneringen niet nodig.

“Ik kan helemaal onafhankelijk leven en heb niemand anders nodig!” zou hij trots zeggen. Maar maakte deze overtuiging zijn leven echt de moeite waard?

Op een dag keek hij naar zijn eigen rugzak en schudde die achter de muur. De rugzak was leeg.

Een enge wereld

Henk liep een wereld binnen waar het moeilijk was om zich ergens mee te identificeren. Donkere kleuren haalden alles in wat mooi en kleurrijk kon zijn. Zijn eigen nieuwsgierigheid veranderde in een wereld waarin deze duisternis een vertrouwde kleur werd.

Er was een monster die de belichaming was van die duisternis in een visachtig uiterlijk. Niemand wist echt waarom het monster visachtig was. Dat bleek gewoon zo te zijn.

Het vismonster kwam naar Henk toe en het was echt moeilijk te zeggen waar dit monster naar op zoek was. De kleurrijke monsters hadden het beste voor met Henk maar zijn intuïtie gaf hem het gevoel dat dit niet het geval was met dit monster.

Het monster kwam dichterbij en fluisterde in zijn oor: ‘Hé, zie je die staart daarginds? Je kunt er een mooie wandeling over maken en dan vergeet je al je onzekerheden!”

Het leek een fijne uitweg van zijn angstige gevoelens maar Henk vertrouwde het vismonster niet en hij rende heel snel weg. En hij kon zo hard rennen vanwege zijn lege rugzak.

De vreugdevolle ontdekking

Henk bleef zoeken maar hij wist niet precies naar wat.

Gelukkig voor werden de dagen rooskleuriger, aangezien dit altijd het geval was in de steeds veranderende emoties die hij voelde.

Op een dag zag hij iets waar hij heel enthousiast van werd. Tijdens zijn ontdekkingstocht ontdekte hij mensen die allerlei soorten wandelingen en fietsavonturen aan het maken waren. In de natuur, landen en culturen ver weg.

Henk keek nog eens wat beter en probeerde te begrijpen wat deze mensen precies aan het doen waren en waarom ze allemaal zo tevreden leken met hun leven. Het vreemde voor Henk was dat ze echt leken te leven in een wereld zonder bemoeizuchtige monsters.

“Wat een wereld zou dat zijn!” Riep Henk onbedoeld hardop in zijn eigen vreugdevolle ontdekking.

De reis

Deze dag veranderde alles voor hem.

Ineens raakte Henk helemaal opgewonden over het leven en de toekomst. Hij begon zich voor te stellen dat hij zou fietsen over de hele wereld. Met elk puzzelstukje verbond hij een steeds groter wordend dromerig beeld van wegen die door indrukwekkende bergen gingen.

Het was het begin van een levensveranderende droom waarbij een fiets nodig was, een tent om in te overnachten en wat spieren in zijn benen om zo dagen lang te kunnen blijven fietsen.

Zorgen die hem zouden bezighouden, verdwenen als sneeuw voor de zon. Er groeide iets in Henk en het was iets dat alle hoop op een zorgeloze toekomst vervulde. Weg van alle monsters die in de eerste plaats zijn zorgen leken te creëren!

En dus zwierf Henk in zijn eerste echte droom als een ontsnappingsplan en bevrijding van angstige herinneringen. Het idee werd steeds meer werkelijkheid, een reis alleen en de fiets.

Op een gegeven moment was alles besloten en was er geen weg meer terug.

 

Nadat hij een fiets had gekocht en wat uitrusting zoals een tent, slaapzak en wat andere spullen, fietste Henk weg van de muur en alle monsters. Hij ontdekte al snel dat er overal monsters zijn, maar ze zagen er vredig en gelukkig uit en stonden open voor allerlei connecties. Of was het dat Henk nu zelf openstond voor allerlei connecties?

Van een wereld waarin Henk zich eenzaam en vaak verdrietig voelde, fietste hij een wereld binnen waar hij ruimte kon maken voor zijn eigen emoties en zich ermee content kon voelen met wat hij deed. Een gevoel dat van een plek diep Ivan binnen kwam.

Een wereld van magisch avontuur

Zijn problemen leken ineens heel klein in vergelijking met een grote wereld met magisch avontuur. En het mooie was dat Henk leerde het leven simpel te houden en zich geen zorgen te maken over dingen waar hij geen controle over had.

Nieuwe inzichten

Er was een plek waar dit ene monster Henk zo vaak voor had gewaarschuwd.

Een plek waar een of ander boos persoon een heel gevaarlijk land zou regeren. Toen hij op die plek aankwam, realiseerde hij zich dat de mensen lief en zorgzaam voor hem waren. Mensen die hem niet kenden maar waarmee al snel een band ontstond. Ondanks dat hij een eenzame vreemdeling was, creëerden deze mensen een veilige ruimte voor Henk en zorgden ze voor hem met  eten en nodigde hem uit voor allerlei leuke dingen.

Op deze momenten was er een twinkeling in zijn ogen, alsof hij dan tegen zijn angstige zelf kon zeggen: ‘zie je nou wel, de wereld is helemaal niet zo eng!’

Henk liet veel neerslachtige gevoelens uit zijn verleden los en werd zich meer en meer bewust van de privileges die hij had, alleen maar omdat hij een westers persoon was, geboren in een welvarend land.

Het was dit begrip voor belangrijke waarden, waarden die de monsters hem van achter de muur probeerden over te brengen toen hij klein was, waar hij toen niet voor open kon staan.

De wet van de natuur

Henk groeide op in een wereld waarin hij zich sterk verbonden voelde met negatieve emoties. Een wereld waarin alles om hem en zijn gevoelens leek te gaan. Het maakte hem bang voor zijn eigen verhaal en zijn eigen gedachten.

Door alle ervaringen met het reizen op de fiets leerde Henk dat hij deel uitmaakte van een wereld die veel groter was dan alleen zijn eigen kleine verborgen plekje achter de muur. Dit besef zorgde ervoor dat alle gedachten en twijfels over hemzelf een stuk minder werden en soms helemaal verdwenen.

In verbinding

Er was een vreugde die diep van binnen in hem begon te groeien. Vroeger zou hij sterk vanuit zijn eigen gedachten leven maar nu was het anders. Mensen waren geen vreemden meer voor hem, hij kon met ze zijn zonder zich onzeker over zichzelf te voelen. Hij werd overrompeld door geweldige gevoelens van verbondenheid die voortkwamen uit alle ervaringen en ontmoetingen onderweg.

Het donzige aardappelmonster

Op een dag tijdens zijn reis kwam Henk een groot, vreemd maar erg vriendelijk monster tegen die zacht aanvoelde en eruit zag als een aardappel.

“Het leven zelf is niets totdat het geleefd wordt”, zei dit donzige monster terwijl ze met haar vinger naar de lucht wees, “wij zijn het die er betekenis aan geven en waarde is niets meer dan de betekenis die we eraan geven!”

Henk zou het aardappelmonster een vredige glimlach geven terwijl hij probeerde de indruk te wekken dat hij precies wist wat deze woorden voor hem betekende. Pas later in zijn reis begonnen deze woorden als een zaadje in hem uit komen en te bloeien.

De reis was niet helemaal zo makkelijk, er waren veel moeilijke momenten. Maar geleidelijk doorbrak hij het patroon van onbewust verzamelen van negatieve emoties. Zo werd hij zich elke keer meer bewust dat alles een proces is en constant verandert.

Levend voelen

Henk kwam in zijn reis in hoge bergen, het was laat in de herfst toen de winter al naderde. Hij zou bang zijn omdat er extreme kou en sneeuw aan zou komen. Gelukkig zou hij die kou omarmen als onderdeel van de steeds veranderende natuurlijke seizoenen.

De kou hielp hem zelfs dieper te verbinden met zijn eigen zijn.

Op een dag gebeurde er iets heel speciaals. Er was een kort moment die erg krachtig was. Een moment waarop hij zijn gedachten heen en weer voelde slingeren tussen sombere jeugdherinneringen en een nu prachtig volwassen leven.

“Geluk is niet echt het punt”, dacht Henk op dat moment “Verdrietig en angstig zijn is een belangrijk onderdeel van het leven en als ik er geen ruimte voor maak, blijf ik gewoon steeds meer van die verdriet en angst verzamelen”.

Hij zou langzamer lopen dan ooit, maar met een volle rugzak op zijn rug. Helemaal gevuld met meer besef van zijn de wereld en zijn plek in de wereld.

Hij zou meer dan ooit begrijpen dat hij zich als onderdeel van een groot universum verbonden voelde met alle levende wezens. En deze verbondenheid het lege gevoel in hem voor altijd zou vullen.

Tekst Henk van Dillen
Tekeningen Tegan Phillips