De jongen die ging fietsen

Dit verhaal gaat over een jongen die op een grote ontdekkingstocht gaat. Zijn reis begint in een zelfgebouwde gevangenis, in zijn hoofd. Maar de grote droom die hij heeft, helpt hem daaruit ontsnappen. Hij droomt van een fietsreis naar de andere kant van de wereld. Tijdens deze reis ontdekt hij wie hij is, wat hij belangrijk vindt in het leven.

Ik ben die jongen. En ik wil graag vertellen over de ontwikkelingen van mijn jeugd tot aan de ontdekking van het fietsreizen. Het verhaal kan gebruikt worden om aan kinderen voor te lezen, maar ook om jezelf te inspireren.

Ik wens je veel leesplezier.

De muur

Ik ga je een verhaal vertellen over een jongen.
Een jongen die opgroeit met een monster die liefdevol is, maar vaak ook angstaanjagend.
Zo angstaanjagend dat de jongen een muur begint te bouwen. Een muur waar hij zich kan verstoppen en zichzelf kan beschermen tegen het monster.

Te bang om te spelen

Als de jongen groter wordt komen er meer monsters tevoorschijn. Zelfs grotere monsters. Op de monsters zijn kinderen aan het spelen en ze roepen naar de jongen achter de muur: “Kom je met ons spelen, het is hier heel leuk!”
Maar de jongen is te bang om met anderen te spelen en hij bouwt de muur steeds hoger en hoger.

Los van de buitenwereld

De jongen leert te leven los van de buitenwereld.
Monsters kijken naar hem, soms glimlachend, soms giechelend.
Op een dag wordt een monster heel boos op de jongen: “Waarom?”, vraagt het monster boos, “Waarom heb je deze muur gebouwd, dat is toch helemaal niet gezellig?”

Veilig en comfortabel

Al is de wereld zo groot en kleurrijk, achter de muur voelt de jongen zich veilig en comfortabel.
De jongen leert zijn problemen goed op te lossen maar hij ontwikkelt zich in een onzeker persoon. Iemand die zich sociaal ongemakkelijk voelt. Soms probeert de jongen vanachter de muur weleens te verbinden met anderen.
Maar niemand begrijpt de jongen echt voor wie hij is.

Het lijkt erop dat iedereen aan het bouwen is aan vriendschappen met elkaar. Kinderen spelen buiten en vullen hun rugzakken met mooie ervaringen en kleurrijk speelgoed.
De jongen voelt steeds meer een afstand tussen hem en alles wat er achter de muur gebeurt.

De lege rugzak

Hij kijkt naar zijn eigen rugzak en schudt hem een beetje zo achter de muur.
Maar de rugzak is leeg.

De jongen wandelt in een wereld waar het moeilijk is om zich ergens mee te identificeren.
Een visachtige monster benadert hem van achteren en fluistert in zijn oor: ‘Hey jongen, zie je die staart daar? Daar kan je ook prachtig over wandelen, daar zul je al je problemen vergeten!’
Maar de jongen vertrouwt het vismonster niet en hij rent hard weg. En gelukkig kan hij heel hard rennen met zijn lege rugzak.

Verhalen van avontuur

Op een dag loopt de jongen over een grote, hele grote computer. Hij kijkt naar het scherm. Op het scherm ziet hij anderen die op avontuur zijn. Ze wandelen en fietsen in hele mooie natuur in landen die heel ver weg zijn.
De jongen kijkt nog eens goed naar het scherm en loopt bijna op elke toets van het toetsenbord. Het lijkt erop dat er in deze verre landen helemaal geen monsters zijn.

De fietsreis

Deze ene dag verandert alles voor hem.
De jongen wordt opeens blij. Hij begint aan een grote puzzel. Met elk puzzelstukje verbind hij een steeds groter wordend plaatje.
Een plaatje van een droom. Een droom om helemaal alleen op een fiets naar verre landen te gaan fietsen.

En zo creëert de jongen zijn eerste echte droom als een ontsnappingsplan om weg te komen van alle monsters.
Een fietsreis helemaal naar de andere kant van de wereld.

Een monster vertelt de jongen dat dit een gevaarlijk idee is.
Maar het kan de jongen helmaal niet schelen. Het voelt alsof deze droom zijn ontsnapping is naar een wereld van vrijheid.

Niet heel veel later fietst de jongen weg van huis.
Hij komt al snel tot de ontdekking dat er overal monsters zijn. Maar het zijn grappig uitziende monsters die er helemaal niet eng uitzien!
Vanuit een wereld waar de jongen zich eenzaam en ook vaak verdrietig voelde, fietst hij een wereld in waar hij zich echt blij kan voelen.

Een wereld van magisch avontuur

Zijn problemen lijken opeens heel klein vergeleken met een grote wereld van magisch avontuur.
De jongen leert het leven simpel te houden en zich alleen zorgen te maken over dingen die er echt toe doen.

Nieuwe culturen

Er was een land waar dit ene monster de jongen zo veel voor gewaarschuwd had. In dit land ontmoet de jongen heel veel lieve mensen. De mensen zijn vreemden voor de jongen maar de jongen voelt zich al snel familie van ze.
Deze mensen geven de jongen eten en drinken. Een liefde waarvoor hij zich nooit had opengesteld.

De jongen voelt zich niet meer eenzaam. Hij vergeet de muur en de enge monster van vroeger.
Hij kan alles loslaten en wordt zich steeds meer bewust van wat hij wel en niet heeft.
Door kennis te maken met andere waarden leert hij zijn eigen waarden beter te begrijpen. Waarden die de monsters hem van achter de muur probeerden te leren toen hij klein was.

Een met de natuur

Hij groeide op in een wereld waar alles om hem leek te gaan.
Bang in zijn eigen verhaal en zijn eigen gedachten.
Door al deze ervaringen voelt de jongen dat hij onderdeel is van een groter universum.
Een wereld waar zijn ego er niet meer toe doet.

Nieuwe waarden

Hij stopt om te verbergen wie hij werkelijk is.
Hij opent onderweg zijn tas en vraagt alle monsters en mensen om die voor hem te vullen.
En mensen stoppen de gekste dingen in zijn tas. Ervaringen, inzichten, ontmoetingen en zelfs speeltjes die hij nog nooit eerder heeft gezien.

Het aardappelmonster

Op een dag komt de jongen een groot, raar maar heel vriendelijk aardappelmonster tegen.
Het monster vertelt de jongen dat er zoveel meer realiteiten zijn dan die realiteit achter de muur.
En aardappelmonster wordt de meest waardevolle vriend van de jongen.

Vertrouwen op gevoel

En als de jongen een beetje verdrietig wordt zo soms zonder echt een reden, probeert hij terug te gaan naar de comfortabele muur die hij in zijn jonge jaren heeft gebouwd.
Maar dan rent een van zijn monstervrienden naar hem toe en roept dan: “Neeee ga daar niet heen, die plek is zoooo saai!”

Wees niet bang

Op een dag reist de jongen naar een ver land waar het in de winter heel erg koud is.
En daar komt de jongen een heel eng sneeuwmonster tegen die gevaarlijke sneeuwballen naar hem gooit.
De jongen laat zich niet kennen en gooit moedig sneeuwballen terug. Hij vertrouwt op wat het grote aardappelmonster hem had verteld. “Wat er ook gebeurt,” zei het aardappelmonster, “wees niet bang.”

En daar loopt de jongen langzamer dan ooit, maar met een volle rugzak op zijn rug. Het is een zware rugzak maar in de rugzak zit een heel mooi leerproces.
Dat om te veranderen de jongen eerst comfortabel moest worden met zijn oncomfortabele zelf. Hij zich dan kwetsbaar op kan stellen en open kan zijn naar zijn vrolijke zelf, zijn avontuurlijke zelf. Zodat hij zich kan verbinden met de natuur en de liefde van andere mensen.

Einde